Home » Thema's » Maatschappelijke stage » Financieringssysteem

FINANCIERINGSSYSTEEM VOOR MAATSCHAPPELIJKE STAGES

SCHOLEN
Scholen krijgen per schooljaar subsidie voor maatschappelijke stage. De bijdrage die de school krijgt is afhankelijk van het aantal leerlingen.
Scholen vragen subsidie aan via SenterNovem (www.senternovem.nl). Ze krijgen een bedrag per telleerling. Een telleerling is een leerling die staat ingeschreven bij een school. In (schooljaar) 2009-2010 is dit bedrag per telleerling € 48. Voor de periode erna zijn nog geen bedragen vastgesteld.
Het totale geldbedrag voor scholen is bedoeld voor:

  • Kosten die de school zelf maakt om maatschappelijke stage goed te organiseren.
  • Kosten die worden gemaakt worden om derden in te schakelen, zoals een stagemakelaar voor het zoeken van stageplaatsen, het organiseren van de begeleiding op de werkvloer of het geven van gastlessen.
  • Tegemoetkoming voor stagebieders, bijvoorbeeld voor onkosten die gemaakt worden voor materialen die worden gekocht voor de uitvoering van de maatschappelijke stage.

In het schooljaar 2008-2009 liepen 20 pilots maatschappelijke stage. Voor deze pilots is extra geld beschikbaar gesteld: € 200 per stagiair. De school die penvoerder was, kreeg het geld, om het vervolgens eerlijk te verdelen over alle betrokken partijen. De partijen maken daar zelf afspraken over. Dit geld kwam dus bovenop de subsidie die scholen kunnen aanvragen voor maatschappelijke stage.

Scholen, gemeenten en stagebieders moeten gezamenlijk nadenken over de besteding van de totale pot financiële middelen. Stagebieders ontvangen namelijk geen geld van de ministeries, maar investeren wel in maatschappelijke stage door leerlingen te begeleiden. Om de kosten beperkt te houden, kan de begeleiding in handen zijn van vrijwilligers, hbo-stagiairs of werknemers. Ook kunnen leerlingen die elkaar opvolgen, elkaar inwerken.

GEMEENTEN
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen of versterken van de makelaarsfunctie op lokaal niveau. Daarvoor krijgen ze per kalenderjaar een geldbedrag.
Het bedrag dat de gemeenten samen krijgen, loopt vanaf € 5 miljoen in 2008 op tot € 30 miljoen vanaf 2011.
Het geldbedrag dat elke gemeente afzonderlijk krijgt, varieert. Dit is afhankelijk van het totaal aantal inwoners en van het feit of er in de gemeente een hoofdvestiging of erkende nevenvestiging van een middelbare school is gevestigd.
Het geld is niet geoormerkt. Dat betekent dat gemeenten zelf het geld moeten reserveren voor de investering in de makelaarsfunctie. Gemeenten krijgen het bedrag waar zij recht op hebben wekelijks overgemaakt in gemeentefonds. Dit gebeurt op basis van:
1. De helft van het jaarlijks vanuit de rijksoverheid beschikbaar gestelde bedrag voor gemeenten wordt verdeeld over alle 443 Nederlandse gemeenten. De verdeelsleutel is het aantal inwoners in de gemeente. Hoe groter de gemeente, hoe meer geld. Want: hoe groter de gemeente, des te meer potentiële vrijwilligers, en des te meer werk voor de makelaar om vrijwilligerswerk te promoten en mensen te bemiddelen naar een geschikte vrijwilligersklus.
2. Bedrag per leerling, dat wil zeggen dat de andere helft van het geld verdeeld wordt over de gemeenten waar een hoofdvestiging of erkende nevenvestiging staat van een middelbare school. De verdeelsleutel hierbij is het gewogen aantal telleerlingen. Leerlingen met een achterstand wegen hierbij iets zwaarder.

De beheerders van het fonds - de staatssecretaris van BZK en de minister van Financiën - verstrekken regelmatig mededelingen via de gemeentefondscirculaires. Daarin worden de ontwikkelingen toegelicht op grond van de meest recente gegevens over de financiën en het beleid op rijksniveau. De Novembercirculaire gemeentefonds 2009 bevat informatie over de hoogte van de algemene uitkering aan de gemeenten voor 2009 en volgende jaren.
Gemeenten kunnen zelf het exacte bedrag van de tegemoetkoming berekenen op de site van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

In een convenant tussen de ministeries van OCW en VWS en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) staat dat het de bedoeling is om bij de aanstelling van een makelaar te kijken welke partijen al actief zijn op het gebied van vrijwilligerswerk en maatschappelijke stage. Door bij deze partijen aan te sluiten, wordt gebruikgemaakt van kennis en ervaring die er al is. Het geld is bedoeld voor investering in de makelaarsfunctie voor maatschappelijke stage én vrijwilligerswerk in brede zin.
Gemeenten kunnen het geld dat zij voor maatschappelijke stage ontvangen, bijvoorbeeld besteden aan:

  • Vergoeding van uren van de vrijwilligerscentrale die al als makelaar fungeert, maar met dit geld kan uitgroeien tot een volledige stagemakelaar.
  • Aantrekken van een nieuwe medewerker die de taak van stagemakelaar op zich neemt.
  • Informatievoorziening en deskundigheidsbevordering van stagebieders.
  • Organiseren van bijeenkomsten.
  • Maken van promotiemateriaal voor stagebieders.
  • Aanschaffen of ontwikkelen van een matchingsysteem of website.

MEER INFORMATIE
www.maatschappelijkestage.nl
Annemiek van der Sluys | adviseur vrijwillige inzet