Het uitgangspunt van landelijk overheidsbeleid ten aanzien van mantelzorg is dat de zorg voor een naaste verenigbaar moet zijn met maatschappelijke participatie.
Goede randvoorwaarden kunnen mantelzorgers stimuleren om hulp aan hun naaste te (blijven) geven. Achter de term mantelzorg schuilt een diversiteit aan zorgsituaties, die vragen om ondersteuning op maat.
Een aantal voorbeelden:
- Werkende mantelzorgers die zorgen voor een partner of kind met een chronische ziekte of handicap zijn gebaat bij flexibele werktijden en thuiszorg die aansluit op hun werktijden.
- Partners en ouders van psychiatrische patiënten willen betrokken worden bij de behandeling. Ze hebben behoefte aan informatie over het ziektebeeld en cursussen over omgangsvormen gericht op bijvoorbeeld schizofrenie of een borderline stoornis (psycho-educatie).
- Allochtone mantelzorgers lossen vaak de zorg in eigen kring op en zijn veelal onbekend met het zorgaanbod. Uitbesteding van zorg voor ouderen is moeilijk bespreekbaar in sommige culturen. Het kost extra inspanning om deze doelgroep te bereiken en voor bij hun cultuur passende hulp te zorgen.
- Jonge mantelzorgers lopen het gevaar dat hun opleiding en persoonlijke ontwikkeling in de knel komt. De benadering van de leeftijdsgroep onder de 20 jaar moet aansluiten bij hun leefstijl en communicatiemiddelen.
Minder uitval medewerkers door verlofregeling mantelzorg
Langdurig doorbetaald zorgverlof leidt tot minder uitval onder werkende mantelzorgers. Dit blijkt uit onderzoek naar mantelzorg in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Zowel werknemers als werkgevers zijn dus gebaat bij een goede regeling. Minister Donner van Sociale zaken en Werkgelegenheid ontving op 10 november, de Dag van de Mantelzorg, het eerste exemplaar van dit onderzoek.
Uit brief Bussemaker 'Naast en met elkaar'
Over de relatie tussen formele en informele zorg:
- Meer bekendheid te geven aan respijtzorg, ook wel vervangende zorg genoemd.
- Zorginstellingen te stimuleren om mantelzorgers goed te betrekken bij de zorg.
- Een handreiking te ontwikkelen voor de inzet van zorgvrijwilligers in zorginstellingen.
Respijtzorg
Door onbekendheid met respijtzorg maken mantelzorgers er te weinig gebruik van. Ook wil de staatssecretaris dat de regelingen voor respijtzorg flexibeler worden. Tevens wil ze gemeenten informeren over de mogelijkheden voor deze zorg.
Professionals en mantelzorgers
Professionals in de zorg houden niet altijd rekening met de kennis en ervaring van mantelzorgers, terwijl zij juist degenen zijn die hun familielid goed kennen.
Professionals en vrijwilligers
De grenzen tussen verantwoordelijkheden van professionals en vrijwilligers zijn niet altijd helder. Dit kan de inzetbaarheid van vrijwilligers beperken of juist leiden tot te hoge verwachtingen van vrijwilligers.
Actiepunten
- studie naar mantelzorgers die laat of geen hulp inroepen
- duidelijke taal over respijtzorg
- regelgeving respijtzorg flexibeler maken
- zorgvrijwilligers betrekken in beleid van zorginstellingen
- handreiking maken voor de vrijwilligers thuis en in zorginstellingen